Dirk Elsen: Ontwikkelingshulp: ondernemerschap gevraagd
March 12, 2010
Dirk Elsen
Dirk Elsen, Directeur, SNV Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie en World Connector
Als we de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen heel voorzichtig zouden doorvertalen naar de landelijke verkiezingen van 9 juni aanstaande, dan ziet het er bepaald niet rooskleurig uit voor de toekomst van ontwikkelingshulp. Het draagvlak voor ontwikkelingshulp - dat de laatste tijd toch al flink onder druk stond - lijkt nog verder af te brokkelen. Op de vleugels van de behaalde overwinning is de PVV van Wilders vastbesloten nu ook landelijk door te breken om af te kunnen rekenen met die “onzin van ontwikkelingshulp”. En dat terwijl het recent verschenen advies ‘Minder pretentie, meer ambitie’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het debat over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking in Nederland nou juist enorm heeft aangezet. Met de nieuwe politieke werkelijkheid in het vooruitzicht, is het des te meer zaak om dit debat nu stevig te voeren, lessen te trekken en het belang van eigen organisatie en achterban nou eens even niet voorop te zetten. Het advies van de WRR mag in deze demissionaire fase vooral niet in één van de onderste laden van het ministerie van Buitenlandse Zaken / Ontwikkelingssamenwerking verdwijnen. Dat is niet goed voor de toekomst van een wereld waar alles steeds meer met elkaar verbonden is. Vandaar een oproep tot ondernemerschap voor ontwikkelingshulp.
Het WRR advies zet de toekomst van ontwikkelingshulp flink op scherp en komt met een aantal ferme aanbevelingen. Maar misschien wel het meest waardevolle van het rapport is dat het uit de keuken van een restaurant met een goede reputatie komt. Gezien de algemene stand en kwaliteit van het debat over ontwikkelingssamenwerking kan dat niet anders dan verfrissend worden genoemd.
Als we nou echt een verbeterslag willen maken met ontwikkelingshulp, werpt zich de vraag op hoe dat te realiseren nu het rapport vanuit de uitstekende keuken door het doorgeefluik in de woelige realiteit terecht is gekomen. Een realiteit die op een aantal punten aardige parallellen vertoont met die van de ontwikkelingslanden zoals beschreven in het rapport. Ook bij ons spelen macht, belangen, elites en persoonlijke agenda’s natuurlijk een belangrijke rol.
Laat dit nou eens een rapport zijn, dat recht gedaan wordt. Het is juist nu van belang om een paar vragen die het oproept verder uit diepen zonder direct de oplossingen aan flarden te schieten. Zonde en tegelijkertijd tekenend als het uiteindelijk alleen maar gaat over de suggesties om de overeengekomen 0,7% BNP bijdrage aan ontwikkelingshulp te heroverwegen, de hulp te beperken tot 10 landen en een uitvoeringsorganisatie op te zetten onder de noemer NLAID. Was het maar zo simpel. Het rapport roept dat misschien wel over zichzelf af, maar we zijn er toch ook weer zelf bij om dat te voorkomen.
Een aantal andere, lastigere, vragen schreeuwen namelijk om aandacht en verdieping. Het rapport stelt dat ontwikkelingshulp professioneler dient te worden vormgegeven en gaat uitgebreid in op waar het ministerie voor Buitenlandse Zaken / Ontwikkelingssamenwerking tekort schiet. Maar welke taken en rollen kunnen het beste door ministerie, ambassades (of een rijksdienst) uitgevoerd worden? Inhoud, kennis, regie, uitvoering, financiering, diplomatie? Roept u maar. Waar zit hun concurrerende voordeel? Hoe zet je bovendien een gesloten ministerie aan tot meer ‘ambtelijk ondernemerschap’? En hoe rijm je die lange termijn uitdaging met de realiteit dat ministers slechts vier jaar de tijd hebben om indruk te maken? Wie gaat daar zijn tanden op stuk bijten?
Wat te doen met de terechte constatering dat hulp ook beschadigend kan werken? Laten we dat nou eens niet wegpoetsen. Het bekende verschijnsel dat ontwikkelingslanden vaker verantwoording lijken af te leggen aan hun donoren dan aan hun eigen bevolking is een fraai voorbeeld daarvan. Wat te doen met de constatering dat het succes van financiële overdrachten als instrument van ontwikkelingshup bepaald niet verzekerd is? Ontwikkeling gaat immers over veel meer dan geld alleen. Het lijkt de dolk in het hart van de wijze waarop het merendeel van de grote Nederlandse ontwikkelingsorganisaties werken. Om dan ter verdediging maar eindeloos het belang van een sterk maatschappelijk middenveld - de civil society – te blijven rond trompetteren, gaat volstrekt voorbij aan het beschamende feit dat diezelfde civil society in de meeste ontwikkelingslanden inderdaad voor een groot deel afhankelijk is geworden van buitenlandse financiële bijdragen, met alle risico’s van dien. Dat is dus net zo ongenuanceerd als die mensen die maar blijven roepen dat hulp niet helpt.
En dan hebben we het nog niet gehad over die andere spagaat waarbij de door het rapport voorgestelde ‘go it alone’ aanpak in schril contrast staat met de beschreven noodzaak om ontwikkeling ‘breder’ te trekken als het gaat om grensoverschrijdende mondiale vraagstukken zoals klimaat, veiligheid en financiële crises. In de aanpak van die wereldwijde vraagstukken wordt een betere integratie voorgesteld tussen ontwikkelingssamenwerking met de verschillende thema’s - zoals Milieu, Landbouw, Water, Defensie en Handel - niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld ook in Europese Unie verband. Prima idee maar dat ga je natuurlijk met de voorgestelde aanpak niet echt realiseren, zeker niet met een ministerie dat door het WRR rapport wordt weggezet als een “negentiende eeuws construct”. De Europese Unie als potentiële speler met een sterk mandaat staat daar toch wel als een zielig kasplantje bij. Wat kunnen we daar als Nederland nou aan doen? Heel wat, te beginnen met ruiterlijk erkennen dat het feit dat wij in organisaties als de Wereld Bank en het IMF meer te zeggen hebben dan een land als India, ook een construct uit vervlogen eeuwen is. Als voormalig ABN AMRO bankier weet ik dat hoogmoed vaak voor de val komt.
Kortom werk aan de winkel. Liefst met open vizier. En laten we vooral niet alleen maar somberen. Nederland heeft veel te bieden ook op het gebied van ontwikkelingshulp. Er is meer dan het WRR rapport, dat wel erg overheidsgericht is, laat zien. Laten we ook vooral op waarde schatten wat andere actoren (maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven, etc.) hebben te bieden en ook daar lering uit trekken voor de toekomst. In dat verband suggereren meerdere commentatoren dat we eens goed moeten kijken naar die Nederlandse ontwikkelingsorganisatie die met meer dan 900 (merendeels lokale) professionals vanuit bijna 100 vestigingen in meer dan 30 ontwikkelingslanden al sinds jaar en dag werkt aan de door de WRR zo geprezen ‘zelfredzaamheid’ van lokale mensen. Die organisatie richt zich voor een belangrijk deel op het creëren van werk en het verbeteren van inkomensposities in economische sectoren. Financiële overdrachten komen er vrijwel niet aan te pas. Een en ander lijkt zowaar aardig aan te sluiten bij de hoofdlijnen van het WRR rapport. Misschien inderdaad niet zo’n gek idee om daar nog eens goed naar te kijken.
De WRR kwalificeert de ontwikkelingsopdracht als ‘onontkoombaar’ zowel vanuit moreel oogpunt als vanuit een welbegrepen Nederlands eigenbelang. Daarmee zijn allen die zich met ontwikkelingshulp bezig houden, uitgedaagd om bij te dragen aan een versterking van wat ontwikkelingshulp in dat kader kan bijdragen. De grote vraag is natuurlijk wie nu de regie gaat voeren. Uiteraard lag daar een schone taak voor minister Koenders. Helaas hebben hij (en zijn collega politici) op dit moment andere dingen aan hun hoofd. De vraag is hoeveel aandacht er na de landelijke verkiezingen nog zal zijn voor ontwikkelingshulp. En of het aanzienlijke hulpbudget niet met name gezien zal worden als een aantrekkelijke kaart die tijdens de coalitie-onderhandelingen ingeruild kan worden zonder dat er een haan (of achterban) naar kraait. Dat is geen goede zaak. Beter om van de nood een deugd te maken en te profiteren van de tijdelijke afwezigheid van al die politici en als betrokkenen juist in deze ongewisse tijden een nieuw en aangescherpt perspectief te formuleren voor ontwikkelinghulp. Hier ligt een kans voor de ambtelijke leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken / Ontwikkelingssamenwerking om eens een echt staaltje ambtelijk ondernemerschap te laten zien en daartoe de handen ineen te slaan met anderen betrokkenen. De hoofdlijnen van het WRR advies rapport bieden voldoende houvast voor het ontwikkelen van een paar scenario’s die vervolgens een stevige basis kunnen leggen onder de uiteindelijk onvermijdelijke politieke besluitvorming. Waar wachten we op?
Dit artikel is een uitgebreide versie van het opiniestuk dat op 11 maart 2010 werd gepubliceerd in Het Nederlands Dagblad.
Johan te Velde: Cowboy prefereert paard als vervoersmiddel
March 12, 2010
Johan te Velde
Johan te Velde, als senior advisor Fragiele Staten bij PSO
- civil society is gebaat bij eigen onderzoek -
‘Vraag een cowboy welk vervoersmiddel hij wil en hij zal snel zeggen een paard’ (p 153; rapport – Minder pretentie, meer ambitie, -Ontwikkelingshulp die verschil maakt, WRR rapport); Vraag een wetenschappelijke commissie voor regeringsbeleid een analyse te maken van het ontwikkelingsbeleid en het gaat over de overheid. Maar op de prairie is er meer tussen hemel en aarde dan een cowboy en zijn paard, en zo is er ook meer dan de kaders van overheid en regeringsbeleid. Laat Ngo’s door middel van een Wetenschappelijke Raad voor Niet-Regeringsbeleid (WRNR) hun eigen vervoersmiddelen eens zelf onderzoeken. Misschien is achterop bij de cowboy zitten wel passé. Ook kan het goed zijn dat het ‘NGO-kanaal’ juist uitstekend gedijt in de moderne tijd van het railtransport.
Het WRR rapport heeft veel losgemaakt in de OS sector. Het signaleert de onhoudbaarheid van teveel pretenties, maar pleit wel voor meer ambitie. Door een genuanceerde analyse weet het een gevoelige snaar te raken bij zowel de notoire adepten van ontwikkelings-samenwerking als de rabiate tegenstanders en weet hen te interesseren voor debat. Zodoende hebben reeds verschillende debatten plaatsgevonden waarin de conclusies uit het rapport bediscussieerd zijn. Ook PSO, kennis en praktijkcentrum op het gebied van capaciteitsversterking, organiseerde een bijeenkomst op 26 januari waarin Peter van Lieshout van de WRR, de PSO Internationale Adviesraad en de lidorganisaties van PSO en PARTOS van gedachten konden wisselen over de inhoud van het rapport. Als partijen nu echt met elkaar in gesprek raken is dit een verdienste van het rapport, aangezien meningen voorheen wel breed geventileerd werden, maar een echte inhoudelijke discussie achterwege bleef.
De rol van civil society
Hier gaat het specifiek over hoe de WRR de civil society behandelt. Een fundamenteel manco van het rapport is dat civil society slechts dan wordt meegenomen als het bij de beschrijving van het bilaterale kanaal te pas komt. Civil society wordt slechts en passant meegenomen in de theorie, de strategie en de praktijk van ontwikkelingssamenwerking cq. –hulp. Het WRR-rapport zet een instrumentele visie neer over Ngo’s, alsof zij alleen maar een verlenging of uitvoerder van het overheidsbeleid zijn. Zo worden Ngo’s beschouwd als een mogelijk uitvoeringskanaal en dit leidt tot de verstikkende omhelzing tussen overheid en Ngo’s, aldus ex-Minister Herfkens die in het rapport wordt geciteerd. Hiermee wordt tekort gedaan aan de potentiële meerwaarde van Nederlandse maatschappelijke organisaties. Het gaat erom civil society te benaderen vanuit vragen omtrent identiteit en solidariteit en minder vanuit de vraag of en hoe de Ngo’s passen binnen het overheidssysteem als uitvoeringsinstrument. In elk geval is de analyse van Ngo’s en civil society summier en kan zij de vergaande conclusies hierover in het rapport niet staven.
Visie van de WRR
Het rapport dicht aan de Nederlandse en Zuidelijke civil society een overwegend ‘instrumentele rol’ toe. Dit hangt nauw samen met het geloof in objectieve verbeteringen; ook met het geloof dat het mogelijk is om een principieel neutrale positie (door de overheid) in te nemen. Rationaliteit staat hoog in het vaandel. Het rapport pretendeert dat objectieve, wetenschappelijke analyses leiden tot het beter begrijpen van de lokale context. Dit zou leiden tot betere oplossingen er vanuit gaande dat de werkelijkheid nu dichter benaderd wordt. Deze visie biedt slechts ruimte aan één waarheid.
Deze visie komt bijvoorbeeld naar voren op p. 200, waar het rapport professionele ‘hulp bij ontwikkeling’ vergelijkt met de wijze waarop artsen te werk gaan: ‘Een diagnostische benadering van ontwikkeling vergt dus het zo precies mogelijk proberen nagaan wat in een land de grootste ontwikkelingsbarrières zijn (bijv. onvoldoende mensen met de juiste opleiding of gebrek aan vertrouwen of sociaal kapitaal)’. Ontwikkelingssamenwerking zou in die visie het meest gebaat zijn bij professionaliteit en specialisatie. Het is duidelijk dat zo de kanaalkeuze (bilateraal, multilateraal of NGO-kanaal) een ‘efficiencyvraag’ is, waarbij het bilaterale kanaal het ‘default-kanaal’ is: ‘De situatie in een specifiek land moet uitgangspunt zijn en niet de laatste mode of de bestaande kanalen (multilateraal, bilateraal of NGO). Anders gezegd de centrale vraag is wat kan leiden tot maatschappelijke dynamiek en ontwikkeling in een land. ‘In die benadering past het om zuidelijke maatschappelijke initiatieven of organisaties direct vanuit Nederlandse belastingmiddelen te financieren, maar enkel wanneer ze passen in de Nederlandse landenstrategie. Dat betekent het einde van de vanzelfsprekende medefinanciering (p. 270)’. In feite wordt hier gesteld dat het bilaterale kanaal de diagnose stelt en dat bij de uitvoering Ngo’s in geschakeld kunnen worden. In deze visie zou de toekomst van ontwikkelingssamenwerking inderdaad gebaat zijn bij concentratie en focus en bij bundeling van aandacht.
Het is natuurlijk niet zo dat het bilaterale kanaal de waarheid in pacht heeft, ook zij heeft een bepaalde bril op wanneer zij ‘de problemen’ en ‘de situatie’ in een bepaald land duidt. Iedereen maakt daarbij politieke keuzes en werkt vanuit zijn eigen referentiekader. Beleid is de uitkomst van politieke en maatschappelijke processen, waarin verschillende visies en belangen met elkaar botsen en zelfs moeten botsen om te komen tot een gezonde trias politica. Dat is nu juist het wezen van een democratische en een pluriforme samenleving. De vraag is hoe deze maatschappelijke dynamiek het beste ondersteund kan worden.
Visie van de civil society
Het rapport is dus geschreven vanuit een gouvernementeel perspectief. De claim van de noordelijke en zuidelijke Ngo’s is een principieel andere functie in de maatschappij en een principieel andere werkwijze. Als basis voor samenwerkingsverbanden tussen noordelijke en zuidelijke Ngo’s dienen gedeelde wereld- en of mensbeelden, een gedeelde levensbeschouwing, of waarden als naastenliefde of solidariteit. Het menselijke perspectief staat centraal en human development en human security zijn kernbegrippen. Het gaat om engagement met de minst bedeelden en gemarginaliseerden en om internationale netwerken van gelijkgezinden om dit engagement vorm te geven. Deze netwerken vormen een belangrijke kracht in de lokale en internationale samenleving. Indien nodig vormen zij ook een tegenmacht in een samenleving en dragen dus bij aan pluriformiteit. Door zich te organiseren kunnen groepen burgers opkomen voor hun belangen. De benadering gaat uit van een bottom-up perspectief. Ook staat de onafhankelijke positie van de Ngo’s hoog in het vaandel. Met name als Ngo’s optreden als waakhond of als begeleider van maatschappelijke processen gaat het niet in de eerste plaats om financiën en kanaalkeuzes. Deze processen vergen een onafhankelijke positie die alleen verkregen kan worden door legitimiteit - legitimiteit die je verwerft door in contact te staan met een achterban en te handelen namens een achterban.
Een bewering dat het automatische medefinancieringssysteem zijn langste tijd gehad zou hebben, zou op z’n minst met een deugdelijke redenering onderbouwd moeten worden. Op zijn minst zou moeten worden ingegaan op de claims die Ngo’s hebben ten aanzien van hun werkwijze. Dat doet het WRR rapport niet. De vraag waarom de overheid de beslissing ooit nam om financiën via maatschappelijk kanalen in te zetten was gebaseerd op de visie dat dit kanaal principiële voordelen had. Het zou van belang zijn die visie weer te expliciteren en beoordelen op haar merites voor dit moment.
Onduidelijke visie bij beoordeling NGO praktijk
Onduidelijk is welke bril de WRR op heeft bij de beoordeling van Ngo’s en de civil society behalve een managersbril en een organisatorische bril. Er wordt niet behandeld of Ngo’s hun doelstellingen halen, maar er wordt meteen gekeken naar de praktijk en die wordt overwegend negatief beoordeeld.
In het analysedeel van het rapport wordt de literatuur die ten grondslag ligt aan ontwikkeling en maatschappijopbouw, belangenbehartiging en een pluriforme samenleving doorgenomen. Dit is de literatuur die gaat over het werkterrein van maatschappelijke organisaties. De analyse varieert van de ‘capabilitiesbenadering’ van Amyrta Sen (p.38) tot het recente boek van North (p.68) Vanaf p. 83 en p.90 wordt redelijk uitgebreid ingegaan op het belang van sociaal weefsel en sociaal kapitaal (bonding versus bridging). Hier wordt echter niet ingegaan op consequenties die deze (nieuwe) inzichten juist voor Ngo’s zouden hebben.
Wanneer de praktijk van de Ngo’s wordt beschreven wordt uit een ander vaatje getapt: het beeld is overwegend negatief. Het aanbod zou te versnipperd zijn: wereldwijd opereren er 18.000 grensoverschrijdende Ngo’s. De WRR haalt een quote aan dat in Uganda de Ngo’s de civil society gekaapt zouden hebben. Natuurlijk zijn dit beelden die bestaan. Maar hoe moeten we deze beelden duiden in het licht van de (een) analyse? Waarom zijn dit slechte ontwikkelingen of is het ‘slechts’ collateral damage ? En, eventueel waar is het verkeerd gegaan in de praktijk of was de theorie niet goed? Maar vooral: slagen Ngo’s er ondanks financiële afhankelijkheid, een versnipperd aanbod en andere euvels toch in de gewenste impact te bereiken of niet?
Relativeringen zonder consequenties
Her en der in de tekst staan aanzetten die de technische toon van het rapport lijken te relativeren. Deze hadden kunnen gelden als ‘verzachtende omstandigheden’ voor de rationele toon en instrumentele visie. Maar het blijft toch onduidelijk wat nu de consequenties van deze relativeringen zijn. De relativeringen dringen in ieder geval niet door tot het uiteindelijke advies.
Zo wordt bijvoorbeeld op p. 204 gesteld dat ‘politieke, economische en sociale diagnostiek hulpmiddelen zijn, maar geen technocratisch instrument, dat zonder discussie tot de ‘juiste’ uitkomst leidt’. Maar de vraag is dan hoe achterhaald kan worden of een diagnose ‘juist’ is of niet?
Op p. 243 wordt gesteld dat: ‘policy diversity is as important for development as bio-diversity is for the survival of the eco-system – beleidskeuzes zijn niet technisch van aard maar politiek’. Als dat zo is, is dan de versnippering van organisaties eigenlijk wel een probleem? Moeten we eigenlijk wel geschokt zijn door 18.000 grensoverschrijdende Ngo’s wereldwijd of is dit juist een zegen?
Verder wordt de stelling ter berde gebracht op p. 266 maar helaas zonder dat er nader op in wordt gegaan: ‘Civil society en sociaal kapitaal kunnen niet simpelweg gelijkgeschakeld worden aan ngo’s – het zijn geen synoniemen’. Uiteraard is civil society en sociaal kapitaal niet hetzelfde als Ngo’s en zijn het geen synoniemen. De vraag is of en hoe Ngo’s sociaal kapitaal zouden kunnen versterken en maatschappelijke organisaties kunnen helpen bouwen.
Natuurlijk zijn er ook ontsporingen in het werk van Ngo’s. Maar áls het belangrijk blijft om de civil society te versterken, hoe ziet dat er dan uit wanneer de Nederlandse regering in haar ‘landenstrategie’ een soort grand design uitzet voor het versterken van het ‘sociaal weefsel’. Toegegeven, noordelijke en zuidelijke Ngo’s ondervinden dilemma’s bij het versterken van civil society, maar welke aanleiding is er om te veronderstellen dat het versterken van de zuidelijke civil society en sociaal kapitaal ‘ vanuit een landenstrategie’ (beter) zou kunnen werken dan de huidige praktijk?
Nieuwe onderzoek door WRNR: wetenschappelijke raad voor niet-regeringsbeleid
Omdat de WRR de essentie van de NGO-sector in feite veel minder doorgrondt dan het bilaterale kanaal zijn de aanbevelingen onvoldoende gefundeerd. Het zou goed zijn om de civil society eens zo onder de loep te nemen als de WRR met het bilaterale kanaal heeft gedaan. De kanalen voor hulp zouden meer uit elkaar gehaald kunnen worden en onderscheiden worden in hun potentie en meerwaarden in plaats van deze per definitie als een verlengde van elkaar te beschouwen, of de één als onderdeel van (of ondergeschikt aan) de ander. Dit is een taak voor een wetenschappelijke raad voor niet-regeringsbeleid (WRNR), onder leiding van een door de wol geverfde NGO-man of vrouw, ondersteund door een (inter)nationaal team wetenschappers gespecialiseerd in civil society onderzoek. Het onderzoek zou in elk geval in moeten gaan op de geschiedenis van het NGO-kanaal. Aan de orde zouden de oorspronkelijke beleidstheorieën van civil society aan de orde moeten komen, de nieuwe inzichten, de gevolgen van overheidsfinanciering, relaties van civil society theorieën met andere theorieën over sociale bewegingen, democratisering/pluralisme en cultuur en identiteit en politieke processen. Ook relevant is te onderzoeken of het hanteerbaar is het concept civil society uiteen te rafelen in de drie categorieën die de WRR noemt, te weten in dienstverlening, waakhond en begeleider van maatschappelijke processen. Of dat er wellicht andere relevantere indelingen zijn. Sowieso zou het behulpzaam als Ngo’s hun ‘theory of change’ (de verandertheorie) expliciteren. Op basis van welke visie ten aanzien van sociale verandering worden nu projecten uitgevoerd. Hoe vindt sociale verandering nu precies plaats en welke rol spelen noordelijke Ngo’s daarin? Uiteindelijk zou de verandertheorie van de Ngo’s dan vergeleken kunnen worden met die van de overheid om een scherper beeld te krijgen van aan elkaars relatieve voordelen.
Met dank aan PSO-collega’s Michael Baumeister, Rob van Poelje, en Cristien Temmink voor hun commentaren.
Joep Houterman: Hoger onderwijs, een noodzakelijke voorwaarde voor ontwikkeling: we zijn er verder mee dan de WRR denkt
March 12, 2010
Joep Houterman
Joep Houterman, Directeur Nuffic, Directie Capaciteitsopbouw en Beurzen
De Nuffic (1) heeft met grote interesse kennisgenomen van het WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’. Met deze reactie willen wij bijdragen aan de discussie over dit rapport, zowel vanuit onze brede doelstelling als vanuit onze verantwoordelijkheid als beheerder van de hogeronderwijsprogramma’s van de minister voor Ontwikkelingsamenwerking.
Onderwijs en armoedebestrijding
De WRR stelt (economische) ontwikkeling centraal en stelt voor dat Nederland minder aandacht geeft aan programma’s gericht op directe armoedebestrijding, zoals de ondersteuning van het basisonderwijs. De Nuffic plaatst daar graag enkele kanttekeningen bij.
De WRR constateert ten eerste op basis van werk van OESO/DAC dat donoren op geografische gronden kluitjesvoetbal bedrijven: ze zoeken elkaar op in bepaalde landen. Donoren doen echter ook aan beleidsmatig kluitjesvoetbal. Ze lieten namelijk in de jaren tachtig gezamenlijk het beroepsonderwijs vallen, omarmden in de jaren negentig het basisonderwijs en lieten in diezelfde jaren negentig de aandacht voor landbouw versloffen. Langzamerhand keren ze gezamenlijk het basisonderwijs de rug toe. Zowel de landbouw als het beroepsonderwijs komt nu echter weer bij de donoren in beeld.
Dit komt doordat donoren op hetzelfde moment dezelfde beleidsmatige evaluaties uitvoeren, die vergelijkbare conclusies en aanbevelingen opleveren. Het negatieve effect is dat de sector die uit de gratie raakt dan ook vaak collectief uit de gratie is, van donoren, maar ook – en dat is erger – van nationale overheden. Consensus over ontwikkelingsbeleid tussen donoren lijkt in de praktijk namelijk van groter belang dan het nastreven van complementariteit van ideeën en benaderingen. Dat leidt dan uiteindelijk tot zoveel problemen, dat de betreffende sector na vijftien jaar verwaarlozing opnieuw hoog op de agenda komt.
Deze vicieuze cirkel lijkt ons een slechte zaak, zeker voor het basisonderwijs. Zonder goed basisonderwijs blijft ook het onderwijs op hogere niveaus achter. Kortom: Nederland kan wel minder aandacht besteden aan basisonderwijs, maar dan is het van belang dat andere donoren en uiteraard de nationale overheden dat compenseren. Anders staat nu al vast dat in 2025 het basisonderwijs weer vooral meer aandacht moet krijgen, omdat het in de jaren ervoor collectief genegeerd is.
De WRR is ten tweede kritisch over de rol van formeel beroepsonderwijs en hoger onderwijs in ontwikkelingslanden. Sterke formalisering en het niet aangesloten zijn op de leerbehoefte van inwoners van ontwikkelingslanden zijn een kenmerkend zwak punt. Die constatering is voor de Nuffic juist een reden om daar – in opdracht van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking – wel aan te werken. Hoewel goed onderwijs geen voldoende voorwaarde is voor ontwikkeling, is en blijft het zeker noodzakelijk.
Verouderde lesmethoden, curricula en organisatiestructuren worden bovendien wel degelijk aangepakt in diverse landen. Daarvoor bestaat vaak landelijk beleid, en veel instellingen in ontwikkelingslanden hebben die verbeteringen in hun eigen strategie opgenomen. Het ene land is daar uiteraard verder in dan het andere. De 160 NPT-projecten ondersteunen dat beleid. In NICHE is dat onverkort ook voorzien. Bijna zonder uitzondering werken deze projecten heel concreet aan kwaliteit en een betere aansluiting tussen het onderwijs en de behoeften die de buitenwereld en vooral de arbeidsmarkt voor afgestudeerden daaraan stellen. De specifieke aandacht voor gender daarbinnen is ook een aspect van kwaliteit en relevantie. In toenemende mate is er sprake van het invoeren van competentiegericht onderwijs, vooral in het groeiende aantal projecten dat zich op het beroepsonderwijs richt. Het Nederlandse beroepsonderwijs heeft daarin ook een competitief voordeel ten opzichte van andere, meer traditioneel ingerichte stelsels van beroepsonderwijs.
De WRR onderscheidt ten derde drie doelstellingen voor ontwikkelingshulp. Aan de eerste doelstelling (concrete en directe armoedebestrijding) dragen de door de Nuffic beheerde hogeronderwijsprogramma’s alleen indirect bij. Deze programma’s richten zich namelijk vooral op de tweede doelstelling: ontwikkeling gericht op structurele verbetering in landen door duurzame economische bedrijvigheid. Goede professionals, opgeleid in goede onderwijsinstellingen in de ontwikkelingslanden zelf (NICHE/NPT) of in Nederland (NFP), stellen de organisaties waarvoor zij werken in staat een bijdrage te leveren aan de (economische) ontwikkeling van hun land.
Ook aan de derde doelstelling, bijdragen aan mondiale publieke goederen, dragen de programma’s bij – zij het meer indirect. Ontwikkelingslanden hebben een goede kennisinfrastructuur en goed opgeleide kenniswerkers nodig om een rol te kunnen spelen in de coördinatie van mondiale vraagstukken. Dit is ook een van de onderliggende drijfveren voor de Nuffic om deze programma’s te willen beheren. Internationale ontsluiting van kennis is in zichzelf een mondiaal publiek goed en draagt bij aan evenwichtige ontwikkeling van landen, Nederland incluis. Het gaat dan om een duurzame, structurele verbinding, dus om samenwerking met ontwikkelingslanden, voorbij de ontwikkelingshulp waarvan de programma’s een exponent zijn.
Prioriteiten, focus en samenhang
De WRR benoemt landbouw, water en goed bestuur als prioritaire sectoren. In de programma’s die de Nuffic beheert nemen deze sectoren al een belangrijke plaats in. Dat is geen effect van ouderwetse aanbodsturing van het Nederlandse hoger onderwijs, maar een resultaat van bijna tien jaar vraagsturing in deze programma’s. Blijkbaar erkennen individuele aspirant-bursalen, beleidsmakers in ontwikkelingslanden en de individuele ambassades die specifieke kennisvelden waarin Nederland zich internationaal weet te onderscheiden.
De WRR adviseert een goede behoefteanalyse op landenniveau, om zo keuzes te maken voor bilaterale programma’s. De Nuffic onderschrijft het belang hiervan. We passen dit principe dan ook al toe in het NICHE programma, hoewel de keuzes voor de bilateraal ondersteunde sectoren dan wel al vaststaan.
De WRR bepleit verder samenhang en focus in de Nederlandse ontwikkelingshulp. Al sinds 2003 worden de capaciteitsopbouwprojecten verbonden aan de sectoren van de Nederlandse bilaterale hulp. Met ingang van 2009 is het NICHE-programma in instrumentele zin nog sterker verbonden aan het bilaterale programma. Bovendien is dit programma sterker ingebed in het nationale beleid en afgestemd met andere donoren. Met de positionering van NICHE zet de minister voor Ontwikkelingssamenwerking een stap in de richting van hulp als “langdurige programmatische investering, die een samenhangend pakket van interventies omvat en die met lokale instituties of actoren wordt uitgevoerd”.
De Nederlandse hogeronderwijsprogramma’s hebben in bijna alle donorlanden hun tegenhanger. In alle landen, ook Nederland, zijn deze programma’s gebonden aan het eigen hogeronderwijssysteem (2). Dit levert uiteraard spanningen op met de Verklaring van Parijs en de Accra Agenda, waarvan wij ons als beheerder bewust zijn. Samen met onze Noorse zusterorganisatie SIU hebben we daarom het initiatief genomen om met collega-beheerders van vergelijkbare programma’s uit andere landen te komen tot concrete en praktische afspraken. Binnen de mogelijkheden die wij hebben kunnen we dan een bijdrage leveren aan coördinatie en harmonisatie.
Professionele uitvoering
De WRR pleit voor NLAid als uitvoeringsorganisatie en verwijst daarbij naar vergelijkbare organisaties in het buitenland. Twijfel aan de kwaliteit van het personeel op ambassades is daarbij een ondersteunend argument. Het voorbeeld van de Japandeskundige in Mali verwordt echter gauw tot een karikatuur, die afleidt van de nuances die de WRR zelf maakt ten aanzien van de organisatie van de hulp.
Niettemin delen wij het uitgangspunt dat uitvoeringsexpertise het best is ingebed in een organisatie die daarop is ingericht; niet alleen qua inhoudelijke expertise, maar ook qua structuur, werkprocessen en cultuur. De Nuffic heeft zich de laatste jaren dan ook zeer ingespannen dit ook in de eigen organisatie in praktijk te brengen. Het blijft echter belangrijk om te kunnen profiteren van de professionaliteit van ambassadestaf die lokaal goed aangesloten is en effectief weet op te treden in een politiek-bestuurlijke context. Die expertise is een noodzakelijke en welkome aanvulling op die van een uitvoeringsorganisatie als de Nuffic.
Kennis van ontwikkeling
De Nuffic deelt de constatering van de WRR dat ontwikkelingshulp een complexe problematiek kent waarbij hoogwaardige kennis nodig is om de kwaliteit en de effectiviteit van de hulp te vergroten. We onderschrijven dat een grotere investering in de kennisinfrastructuur in de sector en in de verbreding en verdieping van kennis daarbij gaat helpen. Overigens denken we dat diverse hogeronderwijs- en onderzoeksinstellingen in Nederland op dat terrein al het nodige te bieden hebben.
Louter goede studies door uitmuntende onderzoeksinstituten en een hoog niveau van opleidingen zijn echter niet toereikend. Professionals in deze sector – dus niet alleen bij NLAid, maar ook bij de andere actoren in de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking – moeten ook een loopbaan kunnen doormaken om de ‘tacit knowledge’ op te doen die nodig is om de complexiteit van de vraagstukken in de sector aan te kunnen. In een dergelijke loopbaan is daadwerkelijke werkervaring in ontwikkelingslanden van groot belang.
Met het terugdringen van de technische assistentie als belangrijk instrument voor ontwikkelingshulp en het sterk internationaliseren van bijvoorbeeld een organisatie als SNV zijn de loopbaanmogelijkheden voor Nederlandse ontwikkelingsdeskundigen echter sterk beperkt. De Nuffic pleit niet voor een terugkeer naar de ‘goede oude tijd’. We pleiten wel voor een kritisch debat over het op peil houden van de expertise in de Nederlandse ontwikkelingshulpsector en over de manier waarop loopbaanbeleid daarin een rol speelt.
De hogeronderwijsprogramma’s zelf spelen hierin overigens een belangrijke rol. Daarbinnen wordt kennis opgebouwd en uitgewisseld. Het Nederlandse hoger onderwijs kan daardoor de rol spelen van opleider, trainer en aanbieder van technische assistentie binnen dit soort programma’s. Zo leveren we een noodzakelijke bijdrage aan een in de praktijk gewortelde kennisinfrastructuur over ontwikkelingshulp.
Uiteraard is er nog meer nodig. Er bestaat behoefte aan arrangementen die aanzienlijk verder gaan dan nu mogelijk is binnen de bestaande financiering van instellingen. Dit is niet alleen een vraagstuk voor de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, maar ook voor zijn collega’s van OCW en LNV – zowel qua beleid als financiering.
Ten slotte
De WRR pleit voor minder pretentie en meer ambitie. Terecht, vindt de Nuffic. Laten we de ambitie oppakken, maar er tegelijkertijd voor waken dat de ambitie van morgen niet de pretentie van overmorgen wordt.
---------------------------------------------------------------------------------
Footnotes
1) De Nuffic beheert namens de minister voor Ontwikkelingssamenwerking de zogeheten hogeronderwijsprogramma’s NICHE, NPT en NFP. NPT en NICHE richten zich op institutionele versterking van postsecondair onderwijs (inclusief beroepsonderwijs) in 23 landen. NFP verstrekt beurzen voor opleiding van midcareerprofessionals uit 61 landen. Nederlandse hogeronderwijsinstellingen en andere kennisintensieve organisaties zijn betrokken bij de uitvoering van deze programma’s door het leveren van technische assistentie (NICHE, NPT) en het aanbieden van opleidingen (NFP, NICHE/NPT).
De Nuffic bevordert de institutionele samenwerking tussen Nederlandse hogeronderwijsinstellingen en hun counterparts in andere landen. De Nuffic houdt zich actief bezig met generieke promotie van studenten- en stafmobiliteit van en naar Nederland, het ontsluiten van kennis over onderwijssystemen in andere landen en het genereren en aanbieden van kennis over internationalisering van het hoger onderwijs. Deze activiteiten die direct of indirect raakvlakken hebben met ontwikkelingslanden worden gefinancierd door de minister van OCW.
2) Deze programma’s vormen voor de betrokken instellingen namelijk een belangrijke inhoudelijke verbinding met ontwikkelingslanden. Bovendien gaan de meeste programma’s (met uitzondering van de Nederlandse) uit van financiering door de onderwijsinstellingen zelf, omdat hun eigen ministeries van Onderwijs deze bijdrage aan ontwikkelingshulp cofinancieren.
March 11, 2010
Gemma Crijns en Marieke de Wal
Gemma Crijns en Marieke deWal, respectievelijk netwerkcoördinator van het Partnerships Resource Centre en auteur van het boek ‘Een sector onder vuur’
In de discussie over het WRR-rapport Minder pretentie, minder ambities, in de debatten die de afgelopen twee maanden zijn georganiseerd en in de bijdragen op www.thebrokeronline.eu, vallen ons een paar zaken op. Allereerst wordt sinds lange tijd weer op een juiste toon en met de noodzakelijke nuance gesproken over ontwikkelingssamenwerking...
Read more>>
March 10, 2010
Joop Koopman
Joop Koopman, former chair of Hivos.
First of all, I think the WRR report has fulfilled a useful objective: it gives a frank, detached and authoritative view of what our endeavour in the field of development cooperation has achieved and what improvements could be made for the future. Fortunately, there seems to be quite a consensus among the key players in the field on this observation. This is good news, as the debate on development cooperation has so far been dominated by 'believers' a...
Read more>>
March 08, 2010
Pim de Keizer
Pim de Keizer, Alternate Executive Director, Office of Germany, Portugal, United Kingdom and the Netherlands, African Development Bank
Een prachtig boek met een ontsierende omslag . Wat doet een mêlee van rijp, groen en geel op een boek dat zo goed is doordacht en uitgeschreven?
Met genoegen gelezen, dat wel, al hield ik op het eind een paar vragen over die ik graag aan Peter van Lieshout en anderen van de WRR had voorgelegd. Daarvoor was een bijeenkomst later dit jaar bedoeld (voor i...
Read more>>
March 04, 2010
Dirk Jan Koch
Dirk Jan Koch, bijdrage op persoonlijke titel
In bad, in bed en op het balkon; het rapport van de WRR leest enorm lekker weg. Bovendien zaten er voor mij een aantal eye-openers in die ons verder kunnen helpen om de Nederlandse hulp op een hoger plan te gaan tillen (om maar een paar voorbeelden te noemen: het afnemende percentage van programmable aid, het succesvoller zijn van water activiteiten indien ze gekoppeld worden aan de productieve sector, de innovatieve geïntegreerde samenvloeie...
Read more>>
March 04, 2010
Tom van der Lee
Tom van der Lee, Directeur Campagnes Oxfam Novib
Ruim zes weken na het verschijnen, zijn de contouren van de reacties op het WRR-rapport goed zichtbaar. Het rapport heeft de discussie over ontwikkelingssamenwerking op een hoger plan gebracht. Het grote aantal reacties op de site van de The Broker geeft daar blijk van.
Kritiek was er natuurlijk ook. Ook daar zijn vele voorbeelden van te vinden. Voor de een geeft het WRR-rapport te weinig aandacht aan het bedrijfsleven, de ander hekelt...
Read more>>
March 03, 2010
Wieck Wildeboer
Wieck Wildeboer, oud-ambassadeur (Oman, Bolivia, Cuba) en ontwikkelingseconoom.
These observations are partly written in reaction to the article by Niels Boesen in The Broker, February 2010. Mr. Boesen refers to the discussion triggered by the publication of the report in January this year of the Scientific Council for Government Policy (WRR) in the Netherlands. I appreciate his efforts to bring some order in the complexities of development, poverty reduction and of the aid system itself...
Read more>>
March 02, 2010
Frits van der Wal
Frits van der Wal, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Duurzame Economische ontwikkeling [bijdrage puur op persoonlijke titel]
Met een tropische specialisatie en werkervaring van ruim 17 jaar in ‘maar’ 2 Afrikaanse buurlanden en 9 jaar op ‘slechts’ 1 (thema)directie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken – ja, dat kan ook - zal het u niet vreemd zijn dat de WRR oproep om meer te investeren in relevante kennis, kunde en netwerken rond landspecifieke kansen en zelfredzaamheid ko...
Read more>>
February 24, 2010
Awil Mohamoud
Awil Mohamoud, director of the African Diaspora Policy Centre (ADPC), The Hague.
Since the WRR report was published on 18 January, there have been a lot of discussions about the content of the publication. However, one voice that has not yet been heard is that of the diaspora, despite being explicitly noted in the report and their considerable contribution to development in their countries of origin. The authors of the report have not interviewed or consulted a single representative from...
Read more>>
February 23, 2010
Rene Grotenhuis
Rene Grotenhuis is the director of Cordaid.
Many of the contributions to the debate on the report 'Less pretension, more ambition’ have concentrated on the organizationally oriented recommendations of the WRR, advocating for the establishment of NLAID and a rigorous focus on fewer countries. My contribution will focus on the way the WRR formulates the goals of development cooperation.
The problem of goals and meansIn the concluding chapter (on page 278), the report formulates three t...
Read more>>
February 22, 2010
Kees Zevenbergen
Kees Zevenbergen is vrije man in internationale samenwerking en was tot 2008 ‘Chief Strategy Officer’ bij SNV
‘Helder op de analyse, nog niet zo helder op de aanbevelingen… ‘, dat lijkt wel de strekking te zijn van het betoog van velen die mij voorgingen in hun reacties op het lekker leesbare en zeer welkome WRR rapport. In deze bijdrage geen brede reactie op het rapport, dat is al rijkelijk gebeurd. Maar wel een voorzichtige poging om voort te bouwen op één aanbeveling van de WRR en aa...
Read more>>
February 22, 2010
Maarten Brouwer
Maarten Brouwer, werkzaam als ambassadeur ontwikkelingssamenwerking bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken (bijdrage op persoonlijke titel)
Door velen is het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid geprezen: goede analyse, mooi historisch overzicht, toegankelijk geschreven en in adviezen radicaal. Tegen de achtergrond van een bijzonder laag niveau van publieke discussie over ontwikkelingssamenwerking in de afgelopen jaren, is het rapport ‘Minder pretentie, meer...
Read more>>
February 22, 2010
Yvonne van Hees
Yvonne van Hees, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Sociale Ontwikkeling
Het WRR-rapport Minder pretentie, meer ambitie levert een waardevolle bijdrage aan het debat over ontwikkelingssamenwerking. Dat debat moet worden gevoerd omdat ontwikkelingssamenwerking alert en kritisch moet (blijven) inspelen op mondiale veranderingen. Daarnaast is er de noodzaak om zo slim mogelijk met de beperkter wordende middelen om te gaan en keuzen te maken; niet alleen nationaal maar ook internati...
Read more>>
February 22, 2010
Annet de Raadt & Kirsten Zindel
Louise Stoddard
Kirsten Zindelwerkt sinds 2007 bij BMC (Bestuur en Management Consultants), waar zij actief is bij capaciteitsopbouwprojecten in kandidaat lidstaten. Annet de Raadtwerkt ruim een jaar als adviseur Maatschappelijke Ontwikkeling bij BMC. Daarvoor werkte zij ruim zes jaar in de ontwikkelingssamenwerking.
Wat zijn je mogelijkheden als excellente student ‘Public Administration’ in Afrika, met een passie voor de publieke sector?
Wellicht dat je nog...
Read more>>
February 18, 2010
Hans Opschoor
Hans Opschoor is emeritus professor of environmental economics (VU University Amsterdam) and the economics of sustainable development (International Institute of Social Studies at Erasmus University Rotterdam), and a member of the UN Committee on Development Policy.
Let me first of all join many others here in welcoming the WRR report, especially because of its generally profound and broad analytical and descriptive parts. Of course, one could comment on shortcomings there too (like the...
Read more>>
February 18, 2010
Rob D. van den Berg
Rob D. van den Berg is director of the Evaluation Office of the Global Environment Facility, Washington DC, US.
Many have already paid compliments to the quality of the analysis in the report – I fully agree and I also feel that it provides a very solid basis for further discussions. However, many have also pointed out that the conclusions and recommendations are weak and not fully supported by the analysis. Notwithstanding the quality of the analysis, I would argue that it is not fully...
Read more>>
February 18, 2010
Chudi Ukpabi
Chudi Ukpabi (Nigeria-Netherlands) has worked as a journalist and has more than 15 years experience as an international development professional, in the Netherlands and in many African countries, including time spent in Darfur and south Sudan working on peacebuilding capacity programmes.
I write firstly to thank Peter van Lieshout and Robert Went for the care and professionalism with which they produced this extraordinarily excellent study. And secondly, I am pleased to contribute to the...
Read more>>
February 18, 2010
Tanja van de Linde
Tanja van de Linde independent Non-Profit Organization Management Professional
Internationale ontwikkelingshulp ligt de laatste tijd onder vuur en er wordt gevraagd om de bestaansredenen van die hulp goed te onderbouwen. Het recente rapport van de WRR “Minder pretentie, meer ambitie” zal zeker een belangrijke bijdrage aan de discussie leveren. Het is ook een heel interessant rapport met een uitstekende analyse van de huidige situatie.
Maar of de conclusies die worden getrokken uit di...
Read more>>
February 18, 2010
Niels Röling
Niels Röling is emeritus hoogleraar Communicatie en Innovatiestudies aan de WU
Mijn ervaring met zowel de mondiaal gerichte IAASTD (International Assessment of Agricultural Knowledge, Science and Technology), als het op de Afrikaanse landbouw gerichte CoS (‘Convergence of Sciences’ onderzoeksprogramma in Benin, Ghana en Mali, gefinancierd door DGIS) maakt het WRR rapport een verademing.
Nederland weigerde om met de IAASTD mee te doen. Het argument van DGIS en LNV was ‘we hoeven er ni...
Read more>>
February 15, 2010
Francine Mestrum
Francine Mestrum, lecturer, Université Libre de Bruxelles, Brussels, Belgium, www.globalsocialjustice.com
It was a real pleasure to read the report of the Scientific Council for Government Policy. In the midst of winter, with snow falling from the sky, it makes you think spring is in the air. Add to this a UN report on the World Social Situation (2010), an IMF Staff Policy Paper looking at the macroeconomic failures of the recent decades, and you feel that after spring comes summer.
W...
Read more>>
February 15, 2010
Rudy Rabbinge
Rudy Rabbinge, professor sustainable development and food security, Wageningen University
Met het rapport “Ontwikkelingshulp minder pretentie, meer ambitie” heeft de WRR weer eens bewezen dat het op afstand maar met duidelijke betrokkenheid leveren van beleidsnota’s van groot belang is voor het maatschappelijk debat en voor het doen van politieke keuzes. Het bestaansrecht van de WRR in een periode waarin adviesorganen het eerste slachtoffer zijn van bezuinigingen is daar weer eens mee be...
Read more>>
February 15, 2010
Jaap Dijkstra
Jaap Dijkstra, former Director of Hivos
Door omstandigheden laat in het Broker/WRR-debat aanhakend, beperk ik mijn opmerkingen over de WRR-studie tot een drietal:
1. De op sommige punten traditioneel, “statelijke” benadering van de WRR;
2. Het schijnbaar vergeten van (de ervaringen van) SNV;
3. De stereotype benadering van NGO’s cq het Medefinancieringsprogramma
De “statelijke” benaderingOndanks haar naam en opdracht behandelt de WRR het fenomeen ontwikkelingssamenwerrking op veel mom...
Read more>>
February 14, 2010
Leo de Haan
Leo de Haan, African Studies Centre, Leiden.
The WRR report deserves praise for its insightful analysis and especially for highlighting historical and geographical differentiation in processes of modernization. Not surprisingly, Africa receives considerable attention in the report. Whichever set of indicators for development is used, Africa – and I limit myself to sub-Saharan Africa as the report does – has, for decades, scored worse than any other part of the world.
‘Large general sc...
Read more>>
February 12, 2010
Geske Dijkstra
Geske Dijkstra is associate professor at Erasmus University Rotterdam, and the author of the background paper on the aid architecture for the UN World Economic and Social Survey (WESS), 2010.
This is a thorough report with a lot of good analysis on a complex topic. As this website shows, the report has already stimulated much debate. I direct my comments to the two broad conclusions of the report: the fact that Dutch bilateral aid should be more focused (to make it narrower); and the ple...
Read more>>
February 12, 2010
Ton Dietz
Ton Dietz is professor of human geography and scientific director of the Amsterdam Institute for Metropolitan and International Development Studies (AMIDSt) at the University of Amsterdam.
On February 10, two Dutch organizations responsible for stimulating public support for development assistance (NCDO and IS) organzsed a public evening debate about the WRR report. They did this in English, because they had invited some twenty guests from the South – not only for this meeting, but also...
Read more>>
February 12, 2010
Farah Karimi
Farah Karimi is algemeen directeur Oxfam Novib
De tijd van traditionele hulp is voorbij. In een geglobaliseerde wereld beïnvloeden burgers, bedrijven en regeringen uit alle windstreken elkaars lot. Een grote kracht van het WRR rapport is dat het dit erkent. Maar toch komt het met institutionele oplossingen die juist het beeld van traditionele hulp uitademen: wij gaan vanuit Nederland via NLAID kantoren geld en kennis brengen naar het Zuiden.
Het WRR rapport levert een doorwrochte an...
Read more>>
February 11, 2010
Meine Pieter van Dijk
Meine Pieter van Dijk is Professor of Water services management, UNESCO-IHE en Erasmus University Rotterdam.
Het WRR rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ is in de publiciteit gekomen met de vertrouwde thema’s: al of niet 0,7 procent van het nationaal inkomen voor OS, moeten we een aparte dienst opzetten voor ontwikkelingshulp (NLAid), en meer of minder geld voor de NGOs. Het is jammer dat deze punten vooral de publiciteit hebben gehaald en niet de uitstekende analyse van de gevolgen...
Read more>>
February 10, 2010
Rutger Engelhard
Hans Nusselder, consultant-onderzoeker en directeur van het Centre for Rural Development Studies (CDR) in San José, Costa Rica.
Het WRR-rapport is, wat betreft analyse van wereldwijde ontwikkelingen, uitstekend gedocumenteerd, goed leesbaar en voorzien van uitnodigende pepertjes (zie voorkant) om het debat breed te voeren. Het is een bijdrage van formaat aan het draagvlak voor ontwikkelings-samenwerking in Nederland, vooral omdat er een collectief mondiaal belang mee is gemoeid. Het requ...
Read more>>
February 10, 2010
Louk Box
Louk Box is professor of international cooperation at Erasmus University’s International Institute of Social Studies in The Hague.
In this review, I make a few critical comments on a report that I find very well done. The analytical part is carefully constructed and conceptually well based. It links up with present debates and enlightens these. If I make some comments, it is in an effort to contribute to public debate, which may be better served by critical comment than by exclusive pra...
Read more>>
February 08, 2010
Paul Engel
Paul Engel is director of the European Centre for Development Management (ECDPM).
Met ‘Minder pretentie, meer ambitie’ schept de WRR een kader voor het actuele debat over van de rol van de Nederlandse ontwikkelingshulp. De Raad schuwt hierbij scherpe uitspraken niet en geeft een aantal concrete aanbevelingen. De heldere analyse nodigt de lezer uit het aangereikte kader te omarmen en richt de discussie op de conclusies. Kortom, een goed geschreven rapport met opmerkelijke diepgang. In mij...
Read more>>
February 05, 2010
Remko Berkhout
Remko Berkhout werkt als coördinator van een kennis programma over civil society building bij Hivos.
Het WRR rapport ‘minder pretentie, meer ambitie’ blaast menig heilige huisje in het OS landschap omver: de 0,7% norm gaat op de helling. De tijd van gulle subsidies aan de grote Nederlandse hulporganisaties lijkt voorbij. Het aantal partnerlanden moet nog verder worden gereduceerd. Meer geld voor groei en werkgelegenheid in het zuiden en minder voor armoedebestrijding. Zelfs de heilige mi...
Read more>>
February 05, 2010
Mirjam Vossen
Mirjam Vossen is journalist, onderzoeker en ontwikkelingsgeograaf. Zij schreef ‘Hulp. Waarom ontwikkelingshulp moet, groeit en verandert’ (2007, met Ralf Bodelier), 'Eerste hulp bij ontwikkelingswerk' (2008) en 'Voorbij de borrelpraat' (2009)
De keuze voor ‘meer economische groei, minder armoedebestrijding’ heeft pijnlijke consequenties. Maar dat lezen we nergens.
Na twee jaar vol kortzichtig proza over hulp, met Dead aid van Dambisa Moyo als droevig dieptepunt, is het WRR-rapport een...
Read more>>
February 05, 2010
Willem van Genugten
Willem van Genugten, voorzitter NWO-WOTRO, Science for Global Development, en hoogleraar Internationaal Recht te Tilburg.
Veel van wat de WRR zegt over de rol die kennis kan spelen in mondiale ontwikkeling spreekt mij zeer aan. Daarbij gaat het niet om de vraag wat wetenschappelijk onderzoek zegt over ontwikkeling, maar om de vraag op welke wijze het ontwikkelen van kennis kan bijdragen aan toekomstige ontwikkeling en welke uitgangspunten daarbij het beste als start- en ijkpunten kunnen...
Read more>>
February 05, 2010
Ton Dietz
Ton Dietzis professor of human geography and scientific director of the Amsterdam Institute for Metropolitan and International Development Studies (AMIDSt) at the University of Amsterdam.
1. I agree with the WRR report that there is an obvious need to shift the balance of Dutch (and international) aid from the current extreme focus onthe social sector to the economic sector (and for the Netherlands, particularly the productive use of water and land, crops and animals – as the suggested...
Read more>>
February 05, 2010
Pim Verhallen
Pim Verhallen, involved in development since 1971, has worked for the Dutch Ministry of Foreign Affairs and SNV, and presently works for the ICCO.
There is no doubt that the WRR has produced an important, in some aspects ground-breaking, analysis of the state of affairs in development cooperation. (I’d still prefer this usage: it is frivolous to qualify ‘cooperation’ as a salute to political correctness and go back to ‘aid’).
The report is a very timely and useful synthesis, especiall...
Read more>>
February 05, 2010
Jan Ruyssenaers
Jan Ruyssenaers, werkte ruim 30 jaar voor OxfamNovib. In november verschijnt zijn boek 'Afrika: Kroniek van een Continent. Van een heftig verleden naar een grootse toekomst?'
1. Toekomst: van 2010 tot 2035.
2. Ontwikkelingssamenwerking: een onderdeel van de totale internationale interacties op gebied van economie, handel, bedrijvigheid, financiën, cultuur, veiligheid, rule of law, goed bestuur en democratisering, tussen actoren en instellingen uit meer welgestelde landen en acteurs...
Read more>>
February 05, 2010
Hedwig Bruggeman
Hedwig Bruggeman is directeur van Agri-ProFocus, a Dutch partnership for promoting farmer entrepreneurship in developing countries.
Mijn oprechte complimenten aan de samenstellers van het WRR rapport, dat ik met veel genoegen heb gelezen. En uiteraard mijn dank aan The Broker voor het aanbieden van dit discussieplatform.
Of het nu gaat om multilaterale, bilaterale hulp of hulp via NGO’s en bedrijfsleven: de versnippering in OS viert hoogtij en dat is er in de 25 jaar dat ik in het...
Read more>>
February 04, 2010
Louis Emmerij
Louis Emmerij, was President van het OECD Development Centre, Parijs; adviseur van de President van de Inter-American Development Bank, Washington DC; Rector van het Institute of Social Studies, Den Haag; en Directeur van het ILO World Employment Programme, Genève. De afgelopen tien jaar was hij Co-Directeur van het United Nations Intellectual History Project, New York.
Kanttekeningen bij de Studie Minder Pretentie, Meer Ambitie: Ontwikkenlingshulp die Verschil Maakt.
Dit is een goed g...
Read more>>
February 04, 2010
Toon van Eijk
Toon van Eijk is a tropical agronomist and rural development expert.
The WRR report is thoroughly analytical and comprehensive. It is one of the best reports on development aid in the last few decades. The crucial issue is: how to implement its mostly sound recommendations?
Robert Chambers (1997:220) distinguishes in his book ‘Whose reality counts?’ three interrelated dimensions in change processes: institutional change; professional change of working methods; and personal change of...
Read more>>
February 04, 2010
Bas Ruyssenaers
Bas Ruyssenaars is innovator en is gespecialiseerd in het versterken van bedrijven en organisaties met creatieve strategievorming
Dat er bij ontwikkelingssamenwerking veel mis gaat hoeft niet erg te zijn. Ook fiasco's zijn nuttig.
Het laatste WRR-rapport over ontwikkelingssamenwerking is ontluisterend. Het staat bol van mislukkingen en weggegooid geld, en laat pijnlijk zien hoe hulp zich de afgelopen decennia liet kapen door dogma’s, goede bedoelingen en ideologie, en chronisch leed o...
Read more>>
February 04, 2010
Caroline van Dullemen
Caroline van Dullemen is director at WorldGranny.
This WRR report reads like a history novel. Its brilliant style and comprehensive and detailed content make it a rich report, a must for all students of international economic relations or developmental studies. From the 500 interviews and the literature study, the WRR formulates a solid analysis and makes recommendations for changes in the organization as well as the themes. It is a timely report that will fuel an interesting political d...
Read more>>
February 03, 2010
Roger van Boxtel/Willem Ferwerda
Roger van Boxtel en Willem Ferwerda zijn respectievelijk bestuursvoorzitter en algemeen directeur van IUCN NL, het kantoor van de 34 Nederlandse lidorganisaties van de International Union for Conservation of Nature, ’s werelds oudste en grootste koepelorganisatie van natuurbeschermers, wetenschappers en staten.
Over het rapport ‘Minder pretenties, meer ambities’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is veel discussie ontstaan. De raad doet echter wel een aantal boeiende...
Read more>>
February 03, 2010
Ralf Bodelier
Ralf Bodelier, Journalist en leider van het Wereldpodium in Tilburg. Hij schreef onder meer –met Mirjam Vossen- ‘Hulp. Waarom ontwikkelingshulp moet, groeit en verandert’. (2007)
Minder pretentie, meer ambitie verdient meer kritiek. De armen verdwijnen uit beeld, de voorstellen van de WRR zijn kolossaal en waarschijnlijk peperduur en op steun onder het grote publiek valt niet meer te rekenen. Gaat het rapport eigenlijk wel over hulp?
Het lijkt één grote misvatting. Het WRR-rapport M...
Read more>>
February 03, 2010
Erik van der Sleen
Erik van der Sleen, consultant formeel & non-formeel onderwijs, Afrika/ Latijns Amerika
De grondgedachte van het rapport
Het terechte uitgangspunt van het rapport is dat ‘ontwikkeling’ logisch gescheiden is van ontwikkelingshulp (OS). Je kan pas kan bepalen wat ontwikkelingshulp is als je weet wat ontwikkeling is. Dit benadrukt het belang van de endogene ontwikkelingsinspanningen van de arme landen en beschouwt de hulp als een afgeleide. Zo wordt het in het Westen, dus ook in Nede...
Read more>>
February 02, 2010
Emmely Benschop
Emmely Benschop is programme manager at The Hague Academy and has broad experience within the civil service.
Ever since 'change' was the key word in Barack Obama’s successful election campaign, it has been omnipresent in politics, the news and public debate. Mr Obama, however, must have discovered by now that turning change into practice is a highly complicated matter. As his predecessor Woodrow Wilson once accurately pointed out: 'If you want to make enemies, try to change something'....
Read more>>
February 02, 2010
Sjoerd Nienhuys
Sjoerd Nienhuys, managing director at Huys Advies, EPA maatwerk advies, renewable energy, earthquake engineering.
Overall Planning Assistance; Ontwikkeling Planning Assistentie
The WRR correctly elaborates on the complexity of the issues at hand and also touches on many aspects that require attention. Producing generalized statements does not help very much in the discussion, as these can be countered with many contrary examples from field practice. Some organizations invariably claim...
Read more>>
February 02, 2010
Jan Jaap Kleinrensink
Jan Jaap Kleinrensink is programmadirecteur van de kinderrechtenorganisatie Plan Nederland en heeft voorheen in diverse functies gewerkt bij het ministerie van Buitenlandse Zaken
Na jaren van studie concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, dat de doelstelling van Ontwikkelingssamenwerking moet worden omschreven als ‘ontwikkeling’. Dat lijkt een verbijsterend open deur. Maar de WRR komt met een analyse en met aanbevelingen die wel degelijk het overdenken waard zijn....
Read more>>
February 02, 2010
Jan Gruiters
Jan Gruiters is directeur van IKV Pax Christi
Het rapport van de WRR over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking kenmerkt zich door een breed perspectief en diepgaande analyse. Juist dat is nodig om de sector te verlossen van die verkrampte discussie over de vraag of de hulp helpt. Deze vraag is legitiem maar dermate breed dat een overtuigend antwoord per definitie problematisch is. De WRR herformuleert deze vraag tot een meer gelaagde vraag: welke vorm van ontwikkelingshulp helpt wel...
Read more>>
February 02, 2010
Rene Grotenhuis
Rene Grotenhuis is directeur van Cordaid
Het is opvallend met welk een gretigheid de wereld van ontwikkelingssamenwerking zich op het WRR rapport heeft gestort: ISS, DPRN, SID, PSO, Worldconnectors hebben al bijeenkomsten over het rapport georganiseerd of zijn voornemens dat binnenkort te doen. Het geeft aan hoeveel er borrelt in de OS-wereld op zoek naar een goed moment en een goed platform. Dat platform lijkt het WRR rapport te bieden, tenminste voor de sector zelf.
Wat mij betreft...
Read more>>
February 01, 2010
Eric Smaling
Eric Smaling: Hoogleraar Duurzame Landbouw, Universiteit Twente, en Eerste Kamerlid voor de SP
Het duurde twee jaar maar dan heb je ook wat: het WRR-rapport over ontwikkelingshulp is verschenen. De titel (Minder pretentie, meer ambitie) doet wat vreemd aan, want aan ambitie heeft het Nederland zeker niet ontbroken de afgelopen decennia. Dat niet alle hulp even effectief is geweest, doet daar niets aan af. Het rapport is grotendeels een genoegen om te lezen, aangenaam van stijl en taal, d...
Read more>>
February 01, 2010
Janne Nijman
Janne Nijman, senior lecturer and researcher, Department of International Law, Universiteit van Amsterdam.
The need for a paradigm shift in the organization of development aid: from state-focus to a focus on global networks.
The WRR report is a welcome and valuable contribution to the Dutch debate on the future of development aid. A concise overview of the main issues and arguments has already been given on this site. I limit my contribution to one observation and a corresponding sugg...
Read more>>
February 01, 2010
Herman Mulder
Herman Mulder is an independent advisor on sustainable development issues and former Head Group Risk ABN AMRO Bank
De diagnose is gedegen en gebalanceerd, de issues en mythes liggen duidelijk op tafel. Het rapport is daardoor een buitengewoon goed uitgangspunt voor nieuw beleid, nieuwe samenwerking, betere effecten en impacts. Maar het is opnieuw geschreven vanuit de rol van de overheid, waarvan de schrijvers zelf ook erkennen dat die vooral katalyserend en flankerend moet zijn.
De b...
Read more>>
February 01, 2010
Nanno Kleiterp
Nanno Kleiterp is CEO van FMO (de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden NV)
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid roept in zijn rapport ‘Minder pretenties; meer ambities’ op tot een drastische wijziging van het ontwikkelingsbeleid. De koers moet worden verlegd van hulp naar zelfredzaamheid en van sociale sectoren naar infrastructuur en economische bedrijvigheid. FMO, de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden, ondersteunt die...
Read more>>
January 30, 2010
Laurent Umans
Laurent Umans works at the Ministry of Foreign Affairs, The Hague and presents his personal views.
The WRR prefers the term 'aid' to 'cooperation'. Acknowledging the argument that the term cooperation would mask the inequity of the relationship, I argue that the nature and logic of aid and cooperation are different and that the WRR does not acknowledge these fundamental differences in its analysis of aid. Aid is a unilateral transaction based on the logic of the gift, a strategy of inter...
Read more>>
January 29, 2010
Alpha Barry
Alpha Barry is international aid/cooperation officer at EuropeAid, European Commission. This article represents the personal opinion of the author.
As has been mentioned by others, the recent WRR report on Dutch development cooperation, 'Minder pretentie, meer ambitie: ontwikkelingshulp die verschil maakt', is a positive contribution to the ongoing debate on the subject in the Netherlands. The report gives a good historic overview of Dutch development cooperation and it is good that the...
Read more>>
January 29, 2010
Allert van den Ham
Allert van den Ham is Directeur Projecten en Programma’s Hivos.
Met “Minder pretenties, meer ambities” heeft de WRR een vlot geschreven, genuanceerd rapport over het wel en wee van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking door de jaren heen op tafel gelegd. Het document biedt veel stof tot nadenken en de provocatieve standpunten die in genomen worden zullen de gemoederen nog geruime tijd verhit houden. Dat is een goede zaak want een onderbouwde discussie kan alleen maar tot scherpere inz...
Read more>>
January 29, 2010
Jos Coumans
Jos Coumans is consultant. Hij schrijft deze opinie samen met Gerrit Holtland namens de Werkgroep Internationale Samenwerking (WIS) van de Vereniging NEDWORC (500 leden werkzaam binnen OS/IS)
De Vereniging NEDWORC/WIS complimenteert de werkgroep van de WRR onder leiding van de heer Van Lieshout met het rapport om de volgende redenen:
1. De uitgebreide literatuurstudie en het grote aantal gevoerde gesprekken met vele wetenschappers en practitioners, alsmede de holistische en eclectisch...
Read more>>
January 29, 2010
Jan E. van Dam
Jan E van Dam is lange tijd, na zijn promotie in de natuurkunde, werkzaam geweest bij het ministerie van OCW op het terrein van het wetenschapsbeleid (tot 2007). Heeft zich daar onder meer bezig gehouden met ontwikkelingssamenwerking
Ik heb het WRR-rapport over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking met veel genoegen gelezen. Ik kan de meeste conclusies en aanbevelingen van harte onderschrijven. Zij komen in hoge mate overeen met de opvattingen die ik in de achterliggende jaren heb on...
Read more>>
January 28, 2010
Ben Schennink
Ben Schennink is verbonden aan het Centrum voor Internationale Conflict-Analyse en Management (CICAM), Radboud Universiteit Nijmegen.
Minder pretentie en meer ambitie is een welkome bijdrage aan het debat over de toekomst van de ontwikkelingsamenwerking. Het geeft richting aan het debat door op basis van een gedegen analyse een antwoord te geven op de vraag op welke wijze het beleid van de overheid maar ook van andere maatschappelijke actoren kan bijdragen aan een effectiever en meer suc...
Read more>>
January 28, 2010
Jan Donner
Mr. Jan Donner is voorzitter van de raad van bestuur van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) en voorzitter Task Force DPRN
Het rapport van de WRR over ontwikkelingssamenwerking is er dan eindelijk. In kranten en op het web wemelt het inmiddels van recensies van het rapport en commentaar daarop. Op veel debat zit zo langzamerhand niemand meer te wachten. Kabinet en departement, de eigen sector, de kennissector, het bedrijfsleven, maar vooral de praktijk en de partnerlanden wach...
Read more>>
January 28, 2010
Danielle Hirsch/Paul Wolvekamp
Danielle Hirsch and Paul Wolvekamp are director and deputy director of Both ENDS.
Both ENDS mission and core competence is to strengthen civil society towards environmental sustainability and social equity. From that perspective, the WRR's strong recommendation to focus on general policy coherence as a pre-condition for successful development aid, and its clear analysis of the lack of such coherence in the Netherlands, is heartening.
However, while the authors themselves express conc...
Read more>>
January 28, 2010
Paul Hassing
Paul Hassing is werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse zaken. De bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Het WRR rapport is een welkome bijdrage aan de discussie over ontwikkelingshulp. Het rapport is helder geschreven en gelukkig ontdaan van het Haagse jargon en academische breedsprakigheid. Het rapport pretendeert geen oplossingen aan te dragen maar een bijdrage te leveren aan het discours. Daar waar het in het rapport aan concrete oplossingen ontbreekt, wordt de sector uit...
Read more>>
January 27, 2010
Arjan de Haan
Arjan de Haanis senior lecturer in social policy, Institute of Social Studies, The Hague.
Someone who has been out of the Netherlands since the mid-1990s can only be stunned by the turns the country has taken: it is now legitimate and indeed encouraged to talk about Holland, we have mysteriously turned anti-European, and the immigration policies show how a previously unthinkable urge to hide behind our dikes has come to dominate the cosmopolitan view that I thought I grew up with during...
Read more>>
January 27, 2010
Manuela Monteiro
Manuela Monteiro is directeur van Hivos.
Het WRR-rapport is een welkome bijdrage aan het ontwikkelingsdebat. Het is een veelomvattende, diepgravende analyse waar beleidsmakers en ontwikkelingsprofessionals veel aan kunnen hebben. De auteurs rekenen af met karikaturale beelden en relativeren terecht de rol die hulp kan hebben. Wel schiet het rapport tekort in de aandacht voor de politieke processen die ontwikkeling (mede) bepalen - de rol van machtselites, de afweging van verschillende be...
Read more>>
January 27, 2010
Joris Voorhoeve
Joris Voorhoeve is professor of international organisations, Leiden University.
The WRR study is a valuable overview, but the WRR should have limited its scope to Dutch bilateral assistance. It contains little information on multilateral aid and is very brief on NGOs. Very positive, however, is the emphasis on the need for assistance and a professional approach focusing on fewer countries and about four sectors.
Development cooperation is a serious and difficult business, and it takes...
Read more>>
January 26, 2010
Johan van de Gronden
Johan van de Gronden is directeur van het Wereld Natuur Fonds.
Twee jaar sleutelde een team van deskundigen aan een heldere analyse van telkens wisselende doelen en praktijken die nu eens als ‘capaciteitsopbouw’, dan weer als ‘sectorale steun’ of ‘gerichte armoedebestrijding’ doorgingen voor ontwikkelingshulp. Het team legt motieven bloot, ontzenuwt jargon, durft het zelfs aan om één definitie te bepalen voor ruim een halve eeuw hulp (‘versnelde modernisering’), hekelt het gebrek aan ona...
Read more>>
January 26, 2010
Ruud Lubbers.
Ruud Lubbers is oud minister president, voormalig VN Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen en initiator van de Worldconnectors Round Table.
Mijn eerste suggestie is niet te spreken van ontwikkelingshulp, maar van ontwikkelings-samenwerking.
Mijn tweede suggestie is naast de multilaterale inspanning - een bijdrage dus aan multilaterale instellingen, met name de VN en haar instituties - de bijdrage te richten op een beperkt aantal intensieve bilaterale relaties; deze echter niet allee...
Read more>>
January 25, 2010
Bernard Berendsen
Bernard Berendsen is lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en werkte tot 2005 voor het ministerie van Buitenlandse Zaken
Het rapport is te alomvattend en diepgaand om te pretenderen daar in kort bestek een commentaar op te geven dat recht doet aan die omvang en kwaliteit. Vandaar dit commentaar in enkele slechts punten:
1. In hoofdstuk 1 wordt onder het hoofdje “Terminologie” uitgelegd dat het rapport gaat over ontwikkelingshulp en niet over ontwikkelingssamenwerki...
Read more>>
January 25, 2010
Rob Visser
Rob Visser werkte tot 2009 voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en is nu verbonden aan het CIDIN, Radboud Universiteit Nijmegen
Dit is een zeer welkom rapport, want het ontlokt een discussie over verbreding. Een discussie die al jaren veel degelijker en systematischer gevoerd had moeten worden. Mijn belangrijkste kritiek betreft de beeldvorming over, en de onduidelijke positionering van armoedebestrijding.
Eerst over de verbreding. Het is al vele jaren duidelijk dat het tradit...
Read more>>
January 25, 2010
Lau Schulpen
Lau Schulpen is onderzoeker aan het CIDIN, Radboud Universiteit Nijmegen
Sinds het uitkomen van het WRR-rapport is er al een aardige discussie losgebarsten. In die zin voldoet het rapport – dat lange tijd met spanning tegemoet is gezien – nu al aan de verwachtingen. Gehoopt mag worden dat de huidige discussie een voorbode is van een langduriger en, vooral, diepgaander debat dan we de afgelopen jaren hebben gezien. Aan het rapport zelf zal het niet liggen. De WRR is er in geslaagd om in b...
Read more>>
January 24, 2010
Jeroen Rijniers
Jeroen Rijniers is werkzaam voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken, bij DGIS/DSO. Deze bijdrage is op persoonlijke titel.
Op de eerste plaats, en velen heben dat al gezegd, is het pure winst dat er door de WRR een gedegen, inhoudelijk verhaal over ontwikkelingssamenwerking is neergelegd. Het is een genot om de uitgebreide beschouwingen en analyses te lezen. En wat mij betreft is 'minder pretentie' een juist gekozen titel waarop al die inzichten samenkomen. Ik ben echter wat minder en...
Read more>>
January 24, 2010
Henk Molenaar
Henk Molenaar is executive director van WOTRO Science for Global Development.
Chapeau voor Peter van Lieshout c.s.! Zij breken met het WRR rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ het debat over ontwikkelingshulp open, ontdoen het van ideologische mystificaties en tillen het naar een hoger niveau. Het rapport kent een breedte en diepgang die we in dit debat zelden aantreffen. Het zoekt de nuance maar tegelijkertijd maakt het keuzes. Het durft heilige huisjes omver te halen maar doet dat...
Read more>>
January 24, 2010
Frans Doorman
Frans Doorman is consultant ontwikkelingssamenwerking – rurale en organisatieontwikkeling
In reactie op het WRR rapport WRR ‘Minder pretentie, meer ambitie – Ontwikkelingshulp die verschil maakt’ leg ik de volgende stellingen voor:
Algemene principes:
1) Ontwikkelingshulp moet gaan over mensen, niet over landen. De doelgroep bestaat uit de allerarmsten – uit morele overwegingen, en omdat dat de keuze is die draagvlak heeft en zal blijven houden bij de belastingbetaler.
2) Vraag is ho...
Read more>>
January 23, 2010
Sjoerd Nienhuys
Sjoerd Nienhuys, managing director at Huys Advies, EPA maatwerk advies, renewable energy, earthquake engineering
Sinds 1967 ben ik betrokken geweest bij de directe uitvoering van ontwikkelingshulp. Ik heb bij VN organisaties gewerkt, bij DGIS, als suppletie deskundige, bij SNV, als consultant en in de tsunami wederopbouw. Momenteel ben ik nog actief als consultant en PUM adviseur.
Allereerst mijn complimenten voor de uitstekende analyse van het verleden met de verschillende aspecten v...
Read more>>
January 23, 2010
Bert Meertens
Bert Meertens, Rural Development Expert
Het WRR rapport “Minder pretentie, meer ambitie” is een prettig leesbaar document waarin een brede analyse gemaakt wordt van ontwikkelingshulp in de afgelopen zestig jaar en hoe het Nederlandse beleid op dit vlak eruit kan zien in de toekomst. De brede analyse is grotendeels zorgvuldig gedaan en blinkt uit door het verwerken van recente bevindingen. Het is verademend om te lezen dat men de nadruk weer legt op ontwikkeling en het zelfredzaam maken...
Read more>>
January 22, 2010
Erik Nijland
Erik Nijland is sociaal geograaf en bedrijfskundige en werkt sinds 10 jaar bij Hivos achtereenvolgens als Directeur Regiokantoor Midden Amerika, Hoofd Bureau Duurzame Economische Ontwikkeling en momenteel Coördinator bedrijfsplan
In het onlangs verschenen rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’, maakt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een kritische analyse van de Nederlandse ontwikkelingshulp. De WRR pleit –op basis van gesprekken met een indrukwekkende lijst acad...
Read more>>
January 22, 2010
Frans Bieckmann
Frans Bieckmann is Editor in Chief at The Broker
Een belangrijk gemis in de WRR-analyse is de politieke dimensie. Politiek in de brede zin: ongelijke verdeling, tegengestelde belangen en machtsverhoudingen, binnen ontwikkelingslanden maar ook mondiaal – en niet te vergeten in Nederland zelf - liggen naar mijn mening in grote mate ten grondslag aan het gebrek aan rechtvaardige ontwikkeling in veel landen.
De WRR spreekt hier en daar wel over politiek. Daarbij doelt het op de overhede...
Read more>>
January 22, 2010
Paul Hoebink
Paul Hoebink – Centre for International Development Issues Nijmegen (CIDIN), Radboud University Nijmegen, the Netherlands
De Wetenschappelijk Raad voor het regeringsbeleid heeft een kloek rapport uitgebracht over ontwikkelingshulp (zoals de WRR dat zelf voortdurend aanduidt, de term ontwikkelingssamenwerking vermijdend), waarvoor zeven landen zijn bezocht en rond de 500 mensen zijn geïnterviewd. Eerder bracht de WRR al een boek uit over het onderwerp in de serie WRR/verkenningen. 10 hoof...
Read more>>
January 22, 2010
Frans Bieckmann
Frans Bieckmann is Editor in Chief at The Broker
In het WRR-rapport wordt een grote reeks visies en invalshoeken behandeld, maar één focus is heel duidelijk: het belang van economische groei voor ontwikkeling en de rol die de nationale staat daarin weer (meer) zou moeten spelen. Binnen de ontwikkelingseconomische discussie is dat een nuttige bijdrage. Hoewel in de bronnenlijst de Angelsaksische ontwikkelingseconomen sterk oververtegenwoordigd zijn, worden in het boek veel mythes ‘debunke...
Read more>>
January 22, 2010
Willemijn Verkoren
Willemijn Verkoren, Centrum voor Internationaal Conflict- Analyse en Management (CICAM), Radboud Universiteit Nijmegen
Het WRR-rapport Minder Pretentie, Meer Ambitie is een goed startpunt voor verdere discussie over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Het brengt noodzakelijke nuance aan in het debat over het nut van ontwikkelingshulp. Het rekent af met eufemismen, zoals de term ontwikkelingssamenwerking. Het schrikt er niet voor terug heilige huisjes omver te schoppen en maakt hie...
Read more>>
January 22, 2010
Frans Bieckmann
Frans Bieckmann is Editor in Chief at The Broker
De WRR heeft met haar rapport een genuanceerd en doorwrocht document neergelegd, waarin tal van deeldiscussies van de afgelopen jaren goed zijn samengevat. Het verdient dan ook een veel inhoudelijker debat dan de gebruikelijke versimpeling tot cijfers (0,7% of reductie naar tien landen), dan wel het voorspelbare ‘selectief winkelen’ van politici en belanghebbenden, zoals we die nu in de dagbladen zien. Ik wil mij in deze algemene reactie b...
Read more>>
January 22, 2010
Marcia Luyten
Marcia Luyten, journalist, publicist en debater
Dit diepgravend, radicaal rapport drukt de complexiteit uit die ontwikkelingshulp aankleeft. Alleen is de Raad opvallend a-politiek en vergeet daardoor de One Million Dollar Question te stellen.
De WRR presenteerde haar rapport over ontwikkelingssamenwerking net nadat een aardbeving met een kracht van 7.0 Haïti ruïneerde. Het aantal doden wordt geschat op 200 duizend. In 1989 trof een aardbeving met een kracht van 7.0 het Noorden van Cali...
Read more>>
January 21, 2010
Ruerd Ruben
Ruerd Ruben, hoogleraar Ontwikkelingsstudies, Directeur CIDIN, Radboud University Nijmegen
Het WRR Rapport 'Minder pretentie, meer ambitie' geeft een zorgvuldige samenvatting van een aantal centrale inzichten rondom de effectiviteit en organisatie van de (Nederlandse) ontwikkelingssamenwerking. Het is een waardevolle en genuanceerde studie die is gebaseerd op meer dan 500 interviews, veldbezoeken aan ontwikkelingslanden en een enorme literatuurlijst van ruim 35 pagina's.
Het onderzoe...
Read more>>
January 21, 2010
Peter Heintze
Peter Heintze, Directeur Evert Vermeer Stichting
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) maakt in het doortimmerde rapport ´Minder pretentie, meer ambitie´ een heldere analyse van wat ontwikkelingshulp beoogt en wat het kan bereiken. De kern is dat hulp zelfredzaamheid zou moeten bevorderen. Essentieel daarbij is dat hulp per land zeer specifiek wordt vormgegeven en wordt onderbouwd met gedegen kennis. Verder wijst de WRR op de mondiale context die voor veel ontwikkeling...
Read more>>
January 20, 2010
Arend Jan Boekestijn
Arend Jan Boekestijn is a former member of parliament for the VVD, teaches at the University of Utrecht and is the author of 'The Price of a Bad Conscience' (De prijs van een slecht geweten), a book on foreign aid policy.
On Monday, the WRR, a Dutch government think tank, presented its long-awaited and highly critical report on foreign aid to minister Bert Koenders.
Koenders, a humble servant of her majesty, immediately responded by saying he felt the report had 'interesting and cons...
Read more>>
January 20, 2010
Frank van der Linde
Frank van der Linde is directeur van Fairfood International, een internationale campagne- en lobbyorganisatie zonder winstoogmerk, die de voedingsmiddelenindustrie aanspoort haar ketens te verduurzamen. Zo wil Fairfood een bijdrage leveren aan de bestrijding van wereldwijde honger en armoede.
Een reactie op het WRR rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie: ontwikkelingshulp die verschil maakt’.
In haar rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ schetst de WRR hoe we in Nederland van trad...
Read more>>
January 20, 2010
Marleen Bovenmars
Hans Beerends is publicist.
In het advies over armoedebestrijding dat professor Tinbergen eind jaren zestig schreef op verzoek van de VN, was ontwikkelingshulp slechts een marginaal onderdeel van een totaal pakket. Belangrijkste maatregelen die voorgesteld werden waren: opheffing westerse tariefmuren, bevordering industrie in arme landen door het gedogen van zuidelijke tariefmuren, opheffing westerse landbouwsubsidies en stoppen van dumping van landbouwoverschotten, en overheveling van...
Read more>>
January 20, 2010
Marleen Bovenmars
David Sogge is the author of Give and Take: What’s the Matter with Foreign Aid? (Zed Books, 2002).
In a closed meeting recently, I heard a senior figure in the Dutch aid/development world (high among ViceVersa’s 'top tien') remark, in despairing tone of voice, that there had been no serious critique of Dutch aid since Paul Hoebink’s 'Geven is Nemen' in 1988. As the Dutch say, that’s a truth like a cow. With the WRR report, that needed critique is now at hand. It is in any case more worth...
Read more>>
January 19, 2010
Henk Jochemsen
Henk Jochemsen, Algemeen directeur Prisma, vereniging van christelijke organisaties in ontwikkelingssamenwerking
Moderniseringsagenda
Het met spanning verwachte rapport van de WRR over ontwikkelings-samenwerking (OS) vormt mijns inziens, bij eerste en voorlopige kennisname, een goed uitgangspunt voor een politiek en maatschappelijk debat over ontwikkelingssamenwerking. Het geeft namelijk een kritische maar evenwichtige bespreking van de hoofdlijnen van 60 jaar OS. In de kritiek worde...
Read more>>
January 19, 2010
Gerrit Holtland
Gerrit Holtland is a rural development consultant with over 20 years field experience in Africa, Central Asia and Eastern Europe.
As a development practitioner with over 20 years of experience in implementing programmes and coaching others in doing so, I am very happy with the WRR report. It squarely states what most development consultants know: development theories are hypes based on the selective use of research results. Without exception, such hypes are damaging to our aid efforts. T...
Read more>>
January 18, 2010
Jan Willem Gunning
Jan Willem Gunning is professor of development economics, VU University Amsterdam.
This is an impressive, refreshing and radical report. It is impressive in its description of the current state of Dutch development aid: it minces no words in making clear that the status quo is unacceptable. Dutch aid is scattered over a large number of countries, lacks a thematic focus, is often more concerned with direct poverty alleviation than with long-term development, and is not professionally orga...
Read more>>
January 11, 2010
Administrator User
Erwin Bulte is professor of development economics, Wageningen University, and professor of environmental and natural resource economics, Tilburg University.
For those of us who try to stay informed about the state of world affairs via the Dutch media, it appears as if a new consensus has emerged: that development aid is bad for Africa. Aid is presented as a lose-lose proposition, kept intact by well-meaning but fuzzy-headed idealists.
As if it were a coordinated attack, this message w...
Read more>>